Altijd teveel en nooit genoeg

Toen ik twaalf was ging ik van de kleine vertrouwde school in het dorp waar ik woonde, naar een grote middelbare school in een andere plaats, zo’n tien kilometer verderop. Elke schooldag ging ik bepakt met een zware boekentas op mijn fiets op weg naar een nieuwe, onbekende wereld. Dat vond ik zo spannend, dat ik last kreeg van vreemde kriebels, waardoor ik voortdurend rare bewegingen en geluidjes maakte. Jaren later zou ik leren dat dit tics waren en nog vele jaren later zou ik ontdekken dat deze tics een symptoom waren van een neuropsychiatrische aandoening, het syndroom van Gilles de la Tourette genaamd. Maar op dat moment wist ik niets. Alleen dat ik anders was, het leven maar verwarrend vond en dat ik een grote nieuwsgierigheid naar nieuwe dingen bezat.

“Jij kunt dat niet, blijf waar je bent!”

Lees verder “Altijd teveel en nooit genoeg”

Zijn kant

Gewekt door gestommel en het kraken van het bed draait hij zich om. Haar kuchjes en klikjes hoort hij haast niet meer, het klinkt voor hem even vertrouwd als het tikken van de regen tegen het raam. Met één oog kijkt hij naar de verlichte cijfers op zijn nachtkastje: kwart voor vijf. Het is weer zo’n nacht. Liefdevol legt hij zijn arm op haar schouder.
“Nog steeds wakker liefke?” Ze bromt wat terug, hij is te slaperig om het echt te horen. Dan voelt hij twee ijsklompen tegen zijn benen. Hij huivert als het koude gevoel door zijn lichaam trekt. Maar ook na deze onderbreking valt hij vrij snel weer in slaap.

Twee uur later wordt hij opnieuw gewekt. Dit keer door het geluid van de alarmklok. Geeuwend drukt hij de wekker af en stapt uit bed. Hij kijkt naar haar, hoe ze daar ligt te slapen, half op zijn kant van het bed gerold. Haar lichaam ontspannen, haar voeten eindelijk warm, voor even verlost van de spoken in haar hoofd. Zachtjes drukt hij een kus op haar voorhoofd.
“Slaap maar lekker door schat, tot vanavond.” Hij weet dat ze niet zal reageren, niet op dit soort ochtenden; hij kent haar als geen ander.

Hij sluit de slaapkamerdeur en gaat zich voorbereiden op de werkdag. Zij slaapt.

woman-in-pajamas-sleeping-on-a-bed

Het Tourettevirus

“Wat voel je dan, als je tics hebt?” vraagt Suze. We zitten op een terras in de zon en ik heb haar zojuist deelgenoot gemaakt van mijn leven met Tourette. Ja, hoe voelen tics eigenlijk? In mijn hoofd probeer ik een antwoord te formuleren, maar ik kan de juiste woorden niet vinden.
“Een kriebel? Jeuk?” probeert ze.
“Zoiets, het is moeilijk uit te leggen. Een beetje alsof je moet niezen. Ken je het gevoel dat je moet niezen, maar het lukt niet?”
“Ah ja, dat is vet irritant.”
“Dat ongeveer. Je wilt iets doen om dat gevoel kwijt te raken, en dat lukt alleen maar als je al je kracht erin gooit.”
“Jeetje meid. Vervelend lijkt me dat, om altijd met dat gevoel rond te lopen.”
“Nou ja, niet altijd gelukkig. Het bouwt zich meestal op gedurende de dag. En soms zijn er dagen dat ik geen last heb. Dan volstaat een zacht snufje, in plaats van een niesbui.”

Er zijn dagen dat ik me in een pollenveld tijdens het hooikoortsseizoen waan en er zijn ook dagen dat ik mijn longen kan vullen met schone, zuurstofrijke lucht alsof ik me op een bergtop in Zwitserland bevind.

Lees verder “Het Tourettevirus”

Writing fellows

Het is dinsdag 27 juni. Na een week met veel zon en hoge temperaturen, is het weer vandaag omgeslagen naar typisch Hollandse miezer. Ik stap het leslokaaltje aan de Rotterdamse Gouvernestraat binnen, waar de overige leden van het schrijfclubje al aan tafel zitten. Nadat de docente iedereen van een drankje heeft voorzien en voordat we ieders ingezonden stukken gaan bespreken, praten we over de boeken die we aan het lezen zijn. We discussiëren over de schrijfstijl van een Amerikaanse auteur, die opmerkelijk lange zinnen maakt. Het is niet mijn ding, geef mij maar de boekenserie van ‘De dinsdagvrouwen’ van Monika Peetz. Boeiende verhalen in een toegankelijke taal. Maar ik merk al snel dat ik de enige in het groepje ben die er zo over denkt.

Blame it on the rain, aan mijn slaapgebrek van de afgelopen nachten of aan de tijd van de maand, zo denk ik er nou eenmaal over.

Lees verder “Writing fellows”

Bernard

Bernard heet ie. De man die mij wegwijs maakt in een doolhof van wegen. De man die ervoor zorgt dat ik niet op de verkeerde Dorpsstraat in het verkeerde Deurne terechtkom. De man die voor mij de route in de gaten houdt, zodat ik mijn aandacht volledig kan richten op het verkeer en de muziek die uit de autoradio komt. Bernard houdt mij tijdens vele autoritjes gezelschap met zijn sympathiek klinkende Vlaamse accent. Natuurlijk had ik ook voor de kordate Eva kunnen kiezen, of voor de zakelijke Bram. Maar in Bernard vond ik mijn perfecte bondgenoot. Waar Eva en Bram mij enigszins geagiteerd maken met hun dwingend klinkende commando’s, fluistert Bernard mij in vredig Vlaams zijn vriendelijk verkondigde instructies toe. In een wereld waarin iedereen haast heeft, is zijn stem een welkome ontstresser.

Ik moet er niet aan denken dat ik op een onverhoeds moment in mijn auto stap en erachter kom dat er met míjn Bernard is gesold.

Lees verder “Bernard”