Het priemende vingertje van Van S.

Hij was het engste mannetje van de middelbare school. De gevreesde wiskundeleraar waarvan iedereen wist dat je hem maar beter niet boos kon maken. Iemand waar je beter met een grote boog omheen kon lopen. Iedereen die naar dezelfde scholengemeenschap ging als ik, kent hem: Meneer van S. De man had een vergaande passie voor zijn vak: wiskunde was volgens hem de kracht die de wereld draaiende houdt, niets minder dan dat. Je moest wel gek zijn als je niets met wiskunde had…

Ik had niets met wiskunde. Sterker nog, ik begreep niks van wiskunde, ik haatte wiskunde en ik was dan ook blij toen ik in het examenjaar mijn eigen vakkenpakket kon kiezen, waar wiskunde absoluut geen deel van uitmaakte. Wonder boven wonder had ik het geluk om in de voorgaande jaren mijn verplichte wiskundelessen te krijgen van de minder gevreesde collega’s van Van S. Natuurlijk kende ik wel de verhalen. Eén keer trof ik hem als surveillant in de proefwerkweek en toen hij de stoerste jongen van de klas zonder pardon vastzette tussen de muur en zijn lessenaar omdat de relaxte hiphopper niet rechtop wilde gaan zitten, was het me duidelijk: met Van S. moest je niet sollen.

Ik had gedacht mijn middelbare schooltijd mooi te zijn doorgekomen zonder aanvaringen met deze merkwaardige docent, totdat hij me tijdens de eindexamenweek in de gang staande hield. Met zijn indringende ogen leek hij dwars door me heen te kijken. Het zweet brak me uit, wat wilde deze man van mij?
“Was jij dat, die die tien had voor het examen Nederlands?”
“Euh, jawel meneer.”
“Dat heb je goed gedaan.”
“Dank u wel meneer.”
Opgelucht haalde ik adem. Ik wilde verder lopen, maar zijn verzengende blik hield me aan de grond genageld. Hij richtte zijn hand op en ik voelde zijn priemende vingertje branden op mijn borst.
“Waarom heb jij geen wiskunde gekozen?”

depositphotos_66269515-stock-photo-scary-teacher

Goede dromen slechte dromen

Ik droomde dat ik een rolletje had in GTST. Geen idee hoe ik eraan kwam, maar dat kon ik toch maar mooi van mijn bucketlist afstrepen. En dat terwijl het er nooit had op gestaan, want ik kijk niet eens naar GTST. De laatste keer dat ik een aflevering zag, vochten Arnie en Peter nog om Linda, droeg Mirjam kabouters in haar kapsel en fietste ik nog met zijwieltjes. Nou, zo ongeveer dan.

aoycnp9rzik8-full

Lees verder “Goede dromen slechte dromen”

Altijd teveel en nooit genoeg

Toen ik twaalf was ging ik van de kleine vertrouwde school in het dorp waar ik woonde, naar een grote middelbare school in een andere plaats, zo’n tien kilometer verderop. Elke schooldag ging ik bepakt met een zware boekentas op mijn fiets op weg naar een nieuwe, onbekende wereld. Dat vond ik zo spannend, dat ik last kreeg van vreemde kriebels, waardoor ik voortdurend rare bewegingen en geluidjes maakte. Jaren later zou ik leren dat dit tics waren en nog vele jaren later zou ik ontdekken dat deze tics een symptoom waren van een neuropsychiatrische aandoening, het syndroom van Gilles de la Tourette genaamd. Maar op dat moment wist ik niets. Alleen dat ik anders was, het leven maar verwarrend vond en dat ik een grote nieuwsgierigheid naar nieuwe dingen bezat.

“Jij kunt dat niet, blijf waar je bent!”

Lees verder “Altijd teveel en nooit genoeg”

Zijn kant

Gewekt door gestommel en het kraken van het bed draait hij zich om. Haar kuchjes en klikjes hoort hij haast niet meer, het klinkt voor hem even vertrouwd als het tikken van de regen tegen het raam. Met één oog kijkt hij naar de verlichte cijfers op zijn nachtkastje: kwart voor vijf. Het is weer zo’n nacht. Liefdevol legt hij zijn arm op haar schouder.
“Nog steeds wakker liefke?” Ze bromt wat terug, hij is te slaperig om het echt te horen. Dan voelt hij twee ijsklompen tegen zijn benen. Hij huivert als het koude gevoel door zijn lichaam trekt. Maar ook na deze onderbreking valt hij vrij snel weer in slaap.

Twee uur later wordt hij opnieuw gewekt. Dit keer door het geluid van de alarmklok. Geeuwend drukt hij de wekker af en stapt uit bed. Hij kijkt naar haar, hoe ze daar ligt te slapen, half op zijn kant van het bed gerold. Haar lichaam ontspannen, haar voeten eindelijk warm, voor even verlost van de spoken in haar hoofd. Zachtjes drukt hij een kus op haar voorhoofd.
“Slaap maar lekker door schat, tot vanavond.” Hij weet dat ze niet zal reageren, niet op dit soort ochtenden; hij kent haar als geen ander.

Hij sluit de slaapkamerdeur en gaat zich voorbereiden op de werkdag. Zij slaapt.

woman-in-pajamas-sleeping-on-a-bed