Shazam-junkie

384 Zijn het er inmiddels. Het aantal opgeslagen Shazams in mijn telefoon. En dat terwijl ik deze smartphone nog geen jaar in mijn bezit heb. Op mijn vorige iPhone, die na jaren van (te) intensief Facebook- en Whatsappgebruik de geest gaf, staan ook nog zo’n 600 opgeslagen liedjes. Je zou dus kunnen stellen dat ik een Shazam-junkie ben.

shazam_tppgeu

Niet dat ik iets doe met al die opgeslagen nummers. Waarom ik het dan doe? Omdat het kan. Stond je vroeger in de platenzaak nog een liedje te neuriën, nu is er Shazam. Een geweldige uitkomst die je nieuwsgierigheid in no time bevredigt. Leuk toch, om te weten dat je luistert naar 16 BIT Inaxycvgtgb. Doet het altijd goed op feestjes, dit soort wijsheden waar je niks aan hebt.

Sinds de komst van Shazam neuriet men niet meer!

Het is gewoon te makkelijk gemaakt en daarom kan ik het niet laten. Maar soms mis ik die ouwe tijden wel. Dat je neuriënd voor al je vrienden je frustatie kenbaar maakte omdat je het niet kon uitstaan dat je niet wist van welke band dat housenummer was dat je tijdens het stappen had gehoord. En dat zij vervolgens weer bij hùn vrienden gingen neuriën, omdat zij het nummer wel kenden, maar het ook niet wisten. Sinds de komst van Shazam neuriet men niet meer! Wie weet lukt het me een dezer dagen genoeg moed te verzamelen om op de cd-afdeling van de Mediamarkt voor een nietsvermoedende verkoper The final countdown te neuriën. Uit pure nostalgie.

Het priemende vingertje van Van S.

Hij was het engste mannetje van de middelbare school. De gevreesde wiskundeleraar waarvan iedereen wist dat je hem maar beter niet boos kon maken. Iemand waar je beter met een grote boog omheen kon lopen. Iedereen die naar dezelfde scholengemeenschap ging als ik, kent hem: Meneer van S. De man had een vergaande passie voor zijn vak: wiskunde was volgens hem de kracht die de wereld draaiende houdt, niets minder dan dat. Je moest wel gek zijn als je niets met wiskunde had…

Ik had niets met wiskunde. Sterker nog, ik begreep niks van wiskunde, ik haatte wiskunde en ik was dan ook blij toen ik in het examenjaar mijn eigen vakkenpakket kon kiezen, waar wiskunde absoluut geen deel van uitmaakte. Wonder boven wonder had ik het geluk om in de voorgaande jaren mijn verplichte wiskundelessen te krijgen van de minder gevreesde collega’s van Van S. Natuurlijk kende ik wel de verhalen. Eén keer trof ik hem als surveillant in de proefwerkweek en toen hij de stoerste jongen van de klas zonder pardon vastzette tussen de muur en zijn lessenaar omdat de relaxte hiphopper niet rechtop wilde gaan zitten, was het me duidelijk: met Van S. moest je niet sollen.

Ik had gedacht mijn middelbare schooltijd mooi te zijn doorgekomen zonder aanvaringen met deze merkwaardige docent, totdat hij me tijdens de eindexamenweek in de gang staande hield. Met zijn indringende ogen leek hij dwars door me heen te kijken. Het zweet brak me uit, wat wilde deze man van mij?
“Was jij dat, die die tien had voor het examen Nederlands?”
“Euh, jawel meneer.”
“Dat heb je goed gedaan.”
“Dank u wel meneer.”
Opgelucht haalde ik adem. Ik wilde verder lopen, maar zijn verzengende blik hield me aan de grond genageld. Hij richtte zijn hand op en ik voelde zijn priemende vingertje branden op mijn borst.
“Waarom heb jij geen wiskunde gekozen?”

depositphotos_66269515-stock-photo-scary-teacher

Writing fellows

Het is dinsdag 27 juni. Na een week met veel zon en hoge temperaturen, is het weer vandaag omgeslagen naar typisch Hollandse miezer. Ik stap het leslokaaltje aan de Rotterdamse Gouvernestraat binnen, waar de overige leden van het schrijfclubje al aan tafel zitten. Nadat de docente iedereen van een drankje heeft voorzien en voordat we ieders ingezonden stukken gaan bespreken, praten we over de boeken die we aan het lezen zijn. We discussiëren over de schrijfstijl van een Amerikaanse auteur, die opmerkelijk lange zinnen maakt. Het is niet mijn ding, geef mij maar de boekenserie van ‘De dinsdagvrouwen’ van Monika Peetz. Boeiende verhalen in een toegankelijke taal. Maar ik merk al snel dat ik de enige in het groepje ben die er zo over denkt.

Blame it on the rain, aan mijn slaapgebrek van de afgelopen nachten of aan de tijd van de maand, zo denk ik er nou eenmaal over.

Lees verder “Writing fellows”

In memoriam: Nacho

Nacho

Een klein zwart duveltje, dat was jij toen we jou voor het eerst zagen
Je kauwde op mijn knopen en je klauwde in mijn haren
We dachten dat er met jou geen land te bezeilen zou zijn
Maar je was gewoon speels, je was ook nog zo klein

Je werd een echte vriend, de liefste kameraad
Het fijnste soort metgezel dat er bestaat
Je kon een beetje gek doen, niet helemaal normaal
Maar juist die eigenaardigheden maakten jou zo speciaal

We noemden je soms ‘Nacho cheese’, want je hield van kaas
Je likte aan je krabpaal en dronk water uit de bloemenvaas
Je sabbelde op poppenhaar en je lag graag in ‘de tent’
We lachten om je ‘witte flos’, daaraan was je wel gewend

Als we thuiskwamen, zat jij te wachten voor het raam
En ’s avonds op de bank lag je nooit ver van ons vandaan
Relaxen en genieten, daarin was je bedreven
Liggen in vreemde houdingen had jij tot kunst verheven

Nu ben je er niet meer en je komt niet meer terug
Je bent zoals dat heet op de regenboogbrug
Buiten is het warm, maar in mijn hart is het koud
Hoe laat je iemand los waarvan je zoveel houdt?

Geen begroeting bij de deur, je lege mandje bij de haard
Niet meer spelen met het witte puntje van je staart
De dood hoort bij het leven, we moeten je laten gaan
Maar in onze harten blijf je voor altijd bestaan