Een klein zwart duveltje, dat was jij toen we jou voor het eerst zagen
Je kauwde op mijn knopen en je klauwde in mijn haren
We dachten dat er met jou geen land te bezeilen zou zijn
Maar je was gewoon speels, je was ook nog zo klein
Je werd een echte vriend, de liefste kameraad
Het fijnste soort metgezel dat er bestaat
Je kon een beetje gek doen, niet helemaal normaal
Maar juist die eigenaardigheden maakten jou zo speciaal
We noemden je soms ‘Nacho cheese’, want je hield van kaas
Je likte aan je krabpaal en dronk water uit de bloemenvaas
Je sabbelde op poppenhaar en je lag graag in ‘de tent’
We lachten om je ‘witte flos’, daaraan was je wel gewend
Als we thuiskwamen, zat jij te wachten voor het raam
En ’s avonds op de bank lag je nooit ver van ons vandaan
Relaxen en genieten, daarin was je bedreven
Liggen in vreemde houdingen had jij tot kunst verheven
Nu ben je er niet meer en je komt niet meer terug
Je bent zoals dat heet op de regenboogbrug
Buiten is het warm, maar in mijn hart is het koud
Hoe laat je iemand los waarvan je zoveel houdt?
Geen begroeting bij de deur, je lege mandje bij de haard
Niet meer spelen met het witte puntje van je staart
De dood hoort bij het leven, we moeten je laten gaan
Maar in onze harten blijf je voor altijd bestaan
Pingback: In memoriam: Nacho – CenobyteBlog
Mooi…
LikeGeliked door 2 people
Dank je Richard
LikeGeliked door 1 persoon
Prachtig. In september de laatste van mijn 3 katten moeten laten inslapen. Zo herkenbaar, je gedicht.
LikeLike
Ach, sterkte Elly. Zoiets blijft altijd moeilijk.
LikeLike